
Rokjesdag
Ik vraag aan mijn lief of rokjesdag er al aan komt. Dat is, zoals jullie allen weten, Martin Bril’s fraaie toevoeging aan de Nederlandse taal. “Elke dag is bij mij toch rokjesdag,” zegt ze koket. Ik hou daar van. Anne komt aanlopen met een frons op haar voorhoofd en een witte broek in haar handen. “Te zomers,” is het oordeel. Het ziet er naar uit dat ik nog even moet wachten op rokjesdag.
Ik was stellig van plan om niet mee te doen aan de zomerjurkjescolumngolf die Nederland de laatste jaren heeft overspoeld. Sinds Martin Bril rokjesdag introduceerde kwijlt iedere man die op internet twee woorden zonder zichtbare schrijffouten achter elkaar kan zetten zich wellustig naar een scherpzinnig blogje. Alsof het al niet erg genoeg is om er naar te moeten kijken. Ik ging daar dit jaar niet aan mee doen.
Maar het is sterker dan ik ben.
Ik vind het belangrijk om te weten wanneer het rokjesdag is. We moeten ‘m niet verwarren met zomerjurkjesdag. Dat is de eerste zomerdag, wanneer het barbequevlees is uit-verkocht, en harige mannen in fletse bermuda’s met uitpuilende zakken naast de koude zuivelkasten staan te gluren naar het kippenvel op de gebronsde decolletés van vrouwen in zomerjurkjes.
Nee. Dan rokjesdag. Rokjesdag is op de eerste lentedag. En dat is een belangrijke dag, want de dag dat vrouwen hun waar laten zien, is de dag dat mannen zich in jasjes buiten wagen. En ik vind: mannen hebben meer flair in een jasje. Of laat ik voor mezelf spreken. Ik voel me beter in een fladderend jasje dan in mijn zwaar hangende winterdinges. Soms denk ik zelfs dat ik in een jasje een beetje iemand anders ben. Of meer mezelf, het is maar wie je voor jezelf aan ziet. Ik loop wat rechter op. Ik kijk wat vrijer om me heen. En ik verbeeld me dat er instemmend wordt geknikt.
Op jasjesdag trek ik ook dat ene sjaaltje uit de kast. Dat sjaaltje dat ik in de winkel zag hangen en waarvan ik dacht: dat is voor andere mannen, niet voor mij. Dat heb ik vaak bij kleding. Dat ik mezelf er niet verwijfd genoeg voor vind. Verwijfd zijn is een pré als ‘t op kleding aan komt. Het heeft lang geduurd voor ik me daar aan durfde over te geven. Aan mijn sjaaltje ben ik ondertussen gewend.
Aan de opmerkingen over mijn sjaaltje ook.
Ook doe ik zelfs, als ik mijn jasje uit doe, mijn sjaaltje niet altijd meer af. Dat gaat wel wat ver, maar hé, verwijfd zijn is een pré. De paradox waar elke man mee worstelt: hoe verwijfder je je voelt in je kleding, hoe mannelijker de vrouwen vinden dat je bent.
Vooral op jasjesdag. Die dag in het jaar dat ik weer student wordt. Meer student dan ik was in mijn studentenjaren. Toen mannen nog geen sjaaltjes droegen.
Ralph Ploeger
www.ralphp.nl
Lees meer van Ralph P.
Ik schaats dus ik ben
Uggly Uggs
Dit was niet zo’n dag
Het zit op de bank en eet chips
Vol op de bek
fabulousfeedback
Oooooh, dus dat bedoelen ze met rokjesdag, zo'n rokje als op de foto! Nu snap ik waarom het zo'n hot topic blijft.



