youstyle-bg-template-7
Mijn dochter houdt niet van voetbal

Mijn dochter houdt niet van voetbal

Ralph P. Ralph P. woensdag 16 juni 12:53 Actualiteiten

Maandagochtend hadden alle jongetjes in Lotte’s klas een oranje shirtje aan. Alle meisjes stonden er wat verbaasd naar te kijken. Verhaal van klok en klepel. Lotte vertelde dat het voor Nederland is. “Voetballen,” zei ze er achteraan. Ik knikte. Ze wees op de slingers. “Ook oranje,” zei ze. Maar begrijpen deed ze het niet. De jongetjes zelf ook niet trouwens. Een moeder gaf haar oranje zoon een aai. “Ik vind het verschrikkelijk,” zei ze tegen me. “En het zegt hem ook allemaal niks.” Maar zijn vader wel, zag ik haar er achteraan denken.

Ik keek eens om me heen. Minstens tien oranje jochies van een jaar of vijf. Ze riepen ‘Holland Holland’ totdat de juf het genoeg vond. Ik begon me pas écht voor voetbal op TV te interesseren toen ik een jaar of 12 was. Van Basten was net vertrokken van Ajax naar Milan en Cruyff won als trainer met Ajax en een piepjonge Bergkamp de Europa Cup. Ik had een Ajax-plakboek en een jaar later sliep ik slecht in de aanloop naar het EK 88. Ik had geen idee van de sterkte van de andere teams, maar Nederland was sowieso de beste.

Op maandagavond speelde Nederland de openingswedstrijd. De Rus Rats schoot een bal er vanaf de zijlijn in en ik weet nog dat daar mijn obsessie is begonnen met het in de herhaling naast kijken van tegendoelpunten . Ik was boos, na die wedstrijd, vooral op Van Breukelen, die hem toch echt had moeten hebben. Maar ook op Rats. Hoe durfde hij? Wekenlang had ik er naar uit gekeken. En dan dit. Verloren. Boven, alleen op mijn jongenskamer, kwamen de tranen. Mijn eerste tranen vanwege een verloren wedstrijd. En de laatste, ook al kwam ik er in 1998 dichtbij.

Deze maandagmiddag speelde Nederland tegen Denemarken. Mijn moeder bood aan om Lotte uit school te halen, de heldin. Dat was maar goed ook, want Lotte’s school sluit om half drie, en om één over half drie kopte die Deen ‘m in zijn eigen doel. De rest van de tweede helft had ik twee dochters op schoot die met hun rug naar de TV en een oranje opblaaskroon van mijn moeder op hun hoofd vooral heel veel van mijn aandacht wilden. Ze eisten dat ik de oranje vlaggetjes ophing, die ik in de supermarkt bij 10 euro boodschappen had gekregen.

Uiteindelijk gaf ik toe, en juist toen ik met een voet op een stoel en de andere op de bank een slinger aan de gordijnroede bevestigde, riep Lotte dat iedereen zo blij was op TV. “En ze toeteren nóg harder papa,” zei ze blij. Aanzwellend stadiongejuich dat een doelkans meestal aankondigt was niet te horen geweest. En zo kon het gebeuren dat mijn dochter van vijf de 2-0 live had meegemaakt. En ik niet. Huilen deed ik niet.

De volgende ochtend waren de slingers weer uit de school verdwenen, en hadden de jongetjes weer hun gewone kleren aan. Toen ik die middag weer voetbal aanzette vroeg Lotte: “Papa, heeft Nederland al een wedstrijd gespeeld?”

En ik vond het goed zo.

Ralph Ploeger
www.ralphp.nl

Lees meer van Ralph P.
Gordon in de herhaling
Komt een vrouw van de kapper…
Zapmomentje
Verwachtingen
Uitgeklust

feedbackform

Stuur door