Dame in groen
Mán-man

Mán-man

Ralph P. Ralph P. woensdag 10 maart 12:45 Persoonlijk

Er is iets geks aan de hand met 35. Want ja, inderdaad, lieve lezers van me, ik ben 35 geworden. Tijdens het taart-naast-de-kopieermachine-moment op mijn werk begon een besnorde collega een gesprek over haar dat dunner wordt en de consequenties die dat had. Zo wil hij niet meer van boven gefotografeerd worden. Ik knikte welwillend en krabde eens over mijn kruin. Even later kwam een jonge vrouwelijke collega vertellen dat ze d’r haar al jaren verft. Ik deed zo verbaasd mogelijk. Had ik aanleiding gegeven? Toen een derde collega voor me stond, was ik opgelucht dat ze gewoon, zoals het hoort, vroeg hoe oud ik was geworden en me een fijne dag wenste.

Aan mijn andere kant ging het gesprek nog steeds over ouderdoms-verschijnselen. Ik zocht naar de oorsprong van dit gesprek, en concludeerde dat ik die oorsprong wel zelf moest zijn. Ik, de 35-jarige. En dan kan ik nog zó roepen, vooral tegen mezelf, dat 35 nog best jong is, en dat je zo jong bent als je je voelt (wat in mijn specifieke geval helaas geen soelaas biedt, maar dit geheel terzijde), het feit blijft: er is iets aan de hand met 35. Het is de leeftijd waarop je niet meer verbaasd bent als iemand ‘meneer’ tegen je zegt, maar dat je er van staat te kijken als je met ‘jongeman’ wordt aangesproken. Hij is heel authentiek, die verbazing, hij huist in mijn borstkas. Mijn lichaam zegt me dat ik nu een meneer ben en mijn geest vraagt zich af of hij daar blij mee moet zijn.

Ik had het hier laatst over met de enige die hierover een mening mag hebben, Anne. Anne staat namelijk ver genoeg bij mijn generatie vandaan om een eerlijke blik te hebben. En ze is voor zover ik weet de enige puber in deze en naburige melkwegstelsels die haar moeder ‘best wel jong en hip’ vindt. Maar die laatste wetenschap speelde natuurlijk niet mee toen ik haar vroeg of ze me een meneer vond. Ze moest lachen. Ik vroeg haar nog een keer of ze me een meneer vond. Ze moest weer lachen. Enzovoorts. Tenslotte zei ik dat haar lachen me geen indicatie gaf van de richting van haar antwoord. Dat snapte ze niet, want deze lach had toch echt duidelijk geklonken als een spottend lachje. Ja, inderdaad, pubers… Praat me er niet van.

“Nee, je bent geen meneer,” zei ze. Waarna er een uitleg kwam die zelfs voor Neerlandici die zich hebben toegelegd op pubertaal, met als specialisatie ‘meisjes’ onnavolgbaar moest zijn. Iets met de woorden leeftijd, vaders-van-mijn-vriendinnen, oud, serieus, streng, jij, krullen, grappig, gympen, en van-alle-pubers-die-ik-ken-ben-jij-het-meest-puberaal. “Dus?” vroeg ik. Ze zuchtte. “Je bent niet echt een ‘mán-man’,” zei ze toen. “Je bent meer jongensachtig.”

Dat was geen antwoord op mijn meneer-vraag. Toch kon ik er wel wat mee. Als ze de eerste zin had weggelaten hadden mijn lichaam en geest zelfs onbevangen kunnen jubelen. Jongensachtig, hoezee!

Maar. Er knaagt iets. Hoezo? Geen man-man?

Ralph Ploeger
www.ralphp.nl

Lees meer van Ralph P.
Jurkjesvertier
Trendy billen
Vrouwen en voetbal
Tip voor alle vrouwen: ssst
Yolanthe de zendeling

feedbackform

Stuur door