
Boek: De intocht van Christus in Brussel
‘Te laf om te leven. Te schijterig om van al mijn uren mijn eigen God te zijn.’ Zo eindigt Dimitri Verhulst zijn opmerkelijke nieuwe boek De intocht van Christus in Brussel. Op verrassende wijze schetst de Vlaamse auteur met dit verhaal de schrale status quo van onze hedendaagse samenleving. Bikkelhard rekent hij af met de belangrijkste thema’s die ons volgens hem dezer dagen tot de horken maken die wij ons elke dag tonen te zijn.
Wanneer wordt aangekondigd dat Jezus Christus besloten heeft een bezoek aan het Brusselse te brengen trekt niemand dit bericht in twijfel. In tegendeel. De Belgische, en tegelijkertijd Europese, hoofdstad stort zich vol overgave in de voorbereidingen voor deze grote dag. Tenminste, een deel van de bevolking. Een ander deel krabt zich achter de zondige oren en vraagt zich af wat het oordeel zal zijn wanneer zij rekenschap moeten afleggen aan de Here zelf.
Terwijl in het zomerse Brussel mensen weken voor het aangekondigde bezoek zich al installeren langs de vermeende route, verbaast de hoofdpersoon zich over zijn stadsgenoten. Waar een goedendag tot voor kort een zeldzaamheid was in het geïndividualiseerde stadsleven, groeten de Brusselaren elkaar nu opgewekt. Zelfs dwars door de woedende taalstrijd heen die voor de gelegenheid gestaakt is. En ook zelf lijkt hij niet onontvankelijk voor de ontluikende vriendelijkheid.
De aankondiging van een bezoek van de Zoon Gods lijkt de mensen in Verhulst’s boek zowaar hun medemenselijkheid terug te geven. Een gegeven dat de schrijver sterk weet te contrasteren met de dagelijkse realiteit. Waarom kunnen we eigenlijk niet meer normaal en fatsoenlijk met elkaar omgaan, en waarom zou er een hogere macht voor nodig moeten zijn om hier verandering in te brengen? Met deze pijnlijke vragen ontleedt Verhulst laagje voor laagje ons starre en asociale gedrag en legt hij een hypocrisie bloot waar maar weinigen zich niet schuldig aan zullen maken.
De grote vraag die door de soms komische Vlaamse regels doorklinkt is natuurlijk of de Brusselaren Hem zullen herkennen als hij komt. En wat als hij verschijnt in de gedaante van een zwerver, stellen zij dan hun huis voor hem open? Want hij zal toch wel komen? Een ding is zeker, een gekkenhuis wordt het, net als op het spottende schilderij van James Ensor uit 1888 dat dezelfde naam draagt als dit boek.
Lees meer van Mae
Tussen Pampers en PhD’s
De kleur van 2012: Tangerine Tango
Baby’s zijn net nieuwe schoenen
Wie de schoen past
Vrouwen hebben vrouwen nodig



